Dakisolatie herkennen

Dakisolatie herkennen: wat voor dakisolatie heeft je woning?

Dakisolatie is een goede manier om warmte in huis te houden, zeker als de verwarming op zolder regelmatig aanstaat. Modernere woningen zijn bij oplevering al volledig geïsoleerd, bij oudere woningen is de dakisolatie vaak later aan de binnen- of buitenkant aangebracht. Dakisolatie herkennen kan dan lastig zijn. Het komt ook voor dat de zoldervloer in plaats van het dak geïsoleerd is, dit is een praktische oplossing als de zolder niet wordt verwarmd.

Mogelijk gebruikte materialen voor dakisolatie zijn: glaswol (dekens, platen of vlokken), steenwol, piepschuim platen, hardschuim platen, meerlaagsfolie isolatie met warmtestraling reflecterende folies, …

Slimme truc om je dakisolatie te herkennen en je dakisolatie te fotograferen:

Een mogelijkheid om de dakisolatie van een plat dak te controleren is door een ventilatie koker op te tillen. Deze zitten soms niet vast. Zie onderstaande foto’s: In dit geval kun je zien dat er een gele polyurethaan schuimlaag van 6 centimeter is gebruikt. Aan de onderzijde van daken en vloeren kun je soms een ventilatie- of ander rooster weghalen. Hierdoor is de isolatie aan de onderzijde van vloer of dak te zien. In dit geval zie je polystyreen. Bij een schuin dak kun je enkele dakpannen omhoog schuiven.

Bij het bepalen van het voorlopig energielabel voor woningen zijn de volgende aannames gedaan over dakisolatie:

Recente nieuwbouwhuizen zijn goed geïsoleerd; daar hoef je voor het energielabel geen extra dakisolatie te specificeren. De isolatiewaarde van moderne materialen is zeer hoog.

Woningen uit de periode 1965 t/m 1991 zijn bij de bouw dak matig geïsoleerd met materiaal van 3 tot 8 cm. De vraag is of (vorige) bewoners het dak aan de binnenkant extra hebben geïsoleerd of hebben laten isoleren.

Bij huizen gebouwd vóór 1965 zijn de daken tijdens de bouw niet of nauwelijks geïsoleerd. Oudere huizen met schuine daken hebben veelal houten pannen daken. Het is goed mogelijk dat deze daken inmiddels extra zijn geïsoleerd. Dat kan zowel aan de buitenzijde als aan de binnenzijde zijn gebeurd.

Schuine daken

Schuine daken zijn er in diverse vormgevingen (bijvoorbeeld een zadeldak) en steilheden. De constructie bestaat meestal uit houten balken (spanten en gordingen), maar voor de zware delen soms ook staal. De bedekking kan riet, bitumeus (dakleer, shingles), leien of keramische pannen zijn.

De constructie bestaat uit het kapgebint: spanten (schuin) en gordingen (horizontaal). Op de draagconstructie wordt het dakbeschot (latten c.q. vloerdelen, underlayment c.q. OSB, of  systeemelementen) aangebracht. In het geval van dakpannen bevinden zich op het dakbeschot: mandragende beschermfolie, regels (tengels, verticaal) met daarop de panlatten (horizontaal). De folie zorgt ervoor dat bv. stuifsneeuw of kleine lekkages niet direct de woning kunnen binnendringen.

Bij een dakbeschot van latten (delen) of underlayment kan achteraf aan de onderzijde van het dak nog isolatie door middel van glaswol of steenwol dekens of platen worden aangebracht. Ook kunnen er kunststof schuimplaten (polyetheen) worden toegepast. Er moet wel worden toegezien op een goede vochthuishouding (condens), door het aanbrengen van dampremmende folie.

Bij dakbeschot van systeemelementen zijn deze meestal al voorzien van een uitwendige of inwendige isolatie. Uitwendig kan dit bijvoorbeeld polyurethaan schuim zijn, te zien als je de mandragende folie wegdenkt; in dat geval zit het dakbeschot alleen aan de binnenkant. Een dakelement kan ook een doosconstructie zijn, voorzien van glas of steenwol.

Riet heeft een hoge intrinsieke isolatiewaarde. Aanbrengen is een specialisme. Een schoorsteen voor hout of kolenkachel moet zijn voorzien van een vonkenvanger.

Bitumeuze dakbedekking wordt in lagen aangebracht; de onderlaag wordt vastgezet met bijvoorbeeld spijkers, waarop de bovenlaag wordt gelijmd of gebrand.

Pannen kunnen gebakken (eventueel met glazuur) en van beton zijn. Ook bestaan er ook kunststof panelen die eruit zien als pannen.

Platte daken

Het dak kan bestaan uit een staal of hout constructie met aan de bovenzijde vloerdelen, underlayment of OSB platen. Bij oude daken is hier meestal direct de bitumeuze dakbedekking op aangebracht. Sommige van deze daken zijn (later) aan de binnenzijde geïsoleerd met bv. minerale wol, maar dit heeft niet meer de voorkeur omdat het een vrij groot risico op vochtproblemen geeft.

Zowel betonnen als houten daken kunnen aan de bovenzijde met hardschuim platen zijn geïsoleerd (bv. polyetheen in een bepaalde hardheidsklasse: bv. MDPE  = medium density polyetheen,  PIR = polyisocyanuraat, of RESOL hetgeen bakeliet bevat). Deze platen kunnen schuin zijn (bv. aan de ene zijde 9 cm dik en aan de andere zijde 10 cm dik), om een horizontaal dak afschot voor het water te geven. Om de isolatielaag vast te zetten worden soms lange pinnen gebruikt. Er kunnen verschillende lagen op de isolatie worden aangebracht, als voorbereiding op de laatste laag die het dak waterdicht maakt. Zie ook deze veelgestelde vragen voor meer informatie.

Uiteindelijk wordt het dak waterdicht gemaakt met een bitumeuze of kunststof laag. Bij bitumeuze afwerking is de bestendigheid tegen o.a. UV licht belangrijk. Soms wordt er een daklast aangebracht (grint) om te voorkomen dat het dak kan opwaaien, maar het geeft ook een bescherming tegen weersinvloeden

Hoe herken je eventuele extra dakisolatie zodat je dit als bewijs bij je energielabel aanvraag kunt indienen?

  1. De makkelijkste manier om erachter te komen of je woning extra dakisolatie heeft, is het opzoeken van informatie hierover in facturen of andere documenten die bij de aanleg zijn gemaakt.
  2. Het herkennen van extra dakisolatie. Dakisolatie herkennen is meestal lastig omdat de isolatie moeilijk te zien is. Dakisolatie is vaak weggewerkt achter (gips)platen of bij een plat dak achter het plafond. Hoe kun je de dikte van het isolatiemateriaal laten zien? Er zijn verschillende mogelijkheden:
  • Heb je een plat dak? In sommige gevallen ligt het isolatiemateriaal zichtbaar op de dakbedekking.
  • Heb je een schuin dak? Het isolatiemateriaal zit tegen het dakbeschot aan de binnenkant, zónder afwerkingsplaten. Het dakbeschot is het hout of ander materiaal waar de dakpannen op liggen. De isolatie zit dan tussen de grote dwarsbalken (gordingen) en is dus goed zichtbaar.
  • Heb je een schuin dak en zit het isolatiemateriaal tussen het dakbeschot en de afwerkingsplaten aan de binnenkant? Dan is de isolatie door de afwerking niet zichtbaar. Je kunt dan kijken of het op een andere plek wel zichtbaar is: Misschien zijn er bijvoorbeeld op de voorzolder of achter schotten wél onafgewerkte delen waar het isolatiemateriaal zichtbaar is. Of is er een ventilatiepijp of rookgasafvoer die wat ruimte bij de afwerking heeft en waar het isolatiemateriaal wel zichtbaar en meetbaar is.

Let op: is je dak gedeeltelijk geïsoleerd? Ga dan uit van het grootste oppervlakte als antwoord. Is bijvoorbeeld meer dan de helft van uw dak geïsoleerd? Vul dan in dat uw dak geïsoleerd is. Is het dak voor minder dan de helft geïsoleerd? Vul dan in dat het dak niet geïsoleerd is.

Van plan om iets aan de isolatie van je dak te gaan doen? Hier vind je goede informatie!: Dakisolatie – Milieu Centraal .

Vragen?

Gebruik dan ons forum en stel je vraag in de rubriek, woningkenmerken, dak isolatie: forum onderwerp over dak isolatie